Bezwaar en beroep

De AFM is een bestuursorgaan waarop de Awb van toepassing is. In deze wet staan onder andere de rechten en plichten die de AFM en haar medewerkers moeten naleven als toezichthouder.

Een financiële dienstverlener heeft het recht om binnen zes weken bezwaar te maken tegen een besluit van de AFM door middel van een bezwaarschrift. De AFM stuurt een ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift. Indien er ‘pro forma’ bezwaar (= bezwaarschrift zonder gronden van bezwaar) gemaakt wordt tegen een besluit van de AFM, krijgt de financiële dienstverlener de gelegenheid zijn of haar gronden nader aan te vullen binnen een door de AFM gestelde termijn. De financiële dienstverlener die bezwaar maakt, heeft het recht om te worden gehoord in het kader van de behandeling van zijn bezwaarschrift, tenzij de AFM hiervan op grond van de Awb mag afzien. De AFM organiseert hiervoor een hoorzitting die wordt geleid door een onafhankelijke voorzitter. In het kader van de bezwaarprocedure heeft een financiële dienstverlener het recht om het dossier in te zien en nadere stukken in te dienen. Hierover wordt u geïnformeerd door de medewerker van Juridische Zaken van de AFM die het dossier in behandeling heeft. Het bestuur van de AFM neemt uiteindelijk een nieuw besluit: de beslissing op bezwaar. Tegen dit besluit staat de mogelijkheid open om binnen zes weken na bekendmaking van het besluit beroep in te stellen bij de rechtbank.