Rapport: Evaluatie bekostiging van het financieel toezicht

Per 1 januari 2004 is het huidige financieringsregime in werking getreden voor het toezicht op de financiële markten. De kosten van dat toezicht worden, volgens het profijtbeginsel, grotendeels gedragen door marktpartijen. De Staat heeft zich verantwoordelijk gesteld voor de financiering van een aantal specifieke handhavingsactiviteiten en keert dan ook jaarlijks een overheidsbijdrage uit aan de aanvankelijk drie en nu twee financiële toezichthouders. De hoogte van de bijdrage was via een vast percentage gekoppeld aan het bedrag van de kosten die de betreffende toezichthouder in dat jaar maakt. In de toelichting bij de desbetreffende ministeriële regeling is vastgelegd dat het percentage is gefixeerd voor een periode van drie jaar (2004 t/m 2006) waarna het zou worden geëvalueerd.

Omdat de hoogte van de door marktpartijen te vergoeden kosten van het toezicht niet los is te zien van de hoogte van de door de Staat te verstrekken overheidsbijdrage, is besloten om de gehele bekostigingsregeling te evalueren. De feitelijke evaluatie is uitgevoerd door een werkgroep waarin vertegenwoordigers van de AFM, DNB en het Ministerie van Financiën zitting hadden. De werkgroep heeft haar bevindingen tijdens twee consultatiebijeenkomsten, in september 2006 en februari 2007, met marktpartijen besproken. De meest belangrijke bevindingen en de visie van marktpartijen daarop, zijn hieronder beknopt weergegeven. Overigens wijzen wij erop dat een aantal van de in het rapport opgenomen aanbevelingen zijn achterhaald door de inmiddels door het kabinet opgelegde taakstelling.