Begrippenlijst lening
Klik op een van de begrippen hieronder, voor de betekenis.
- Afbetaling
Als je iets op afbetaling koopt, krijg je jouw aankoop direct mee.
Vervolgens betaal je het aankoopbedrag in termijnen terug. Je wordt pas
officieel eigenaar van je aankoop zodra je het volledige bedrag hebt
terugbetaalt. Voldoe je niet aan je betalingsverplichting, dan kan de
verkoper het product terugeisen.
- Aflossing
Het terugbetalen van geleend geld. Vaak gebeurt dit in maandelijkse termijnen, maar er zijn ook leenvormen (zie: aflossingsvrije lening) waarbij de aflossing in één keer plaatsvindt.
- Aflossingsvrije lening
Een leenvorm waarbij je gedurende de looptijd alleen rente betaalt. Aan het einde van de looptijd betaal je dan in één keer het totale geleende bedrag terug.
- Beleggingskrediet
Kredietvorm waarbij je periodiek rente betaalt over het geleende bedrag en verder steeds een bedrag in aandelen belegt. Aan het einde van de looptijd moeten de aandelen voldoende waard zijn om het krediet geheel af te lossen.
- Bemiddelaar
Iemand die bemiddelt in financiële producten zoals hypotheken of verzekeringen. Een bemiddelaar wordt ook wel tussenpersoon genoemd. Hij werkt meestal op provisiebasis: hij krijgt een vergoeding van de verzekeraar of de bank waarvoor hij bemiddelt.
- BKR
BKR staat voor het Bureau voor Kredietregistratie, dat gevestigd is in Tiel. Banken en andere geldverstrekkers zijn verplicht om elke lening die bij hen wordt afgesloten, bij het BKR aan te melden. Als de lening is afbetaald, melden ze hem weer af. Ook als iemand meer dan drie maanden betalingsachterstand heeft bij het terugbetalen van zijn lening, wordt dat geregistreerd. Als je een lening aanvraagt, zullen de meeste kredietverstrekkers eerst bij het BKR nagaan of je nog andere leningen hebt lopen en of je ergens een betalingsachterstand hebt. Het kan zijn dat de krediteverstrekker op basis van de BKR-gegevens besluit om je geen krediet te verstrekken.
- Bureau voor schuldhulpverlening
Een bureau dat mensen helpt bij het zoeken naar een oplossing voor hun problematische schulden.
- Consumptief krediet
Als je geld leent om iets te kopen dat maar een beperkt aantal jaren meegaat (een auto of een ijskast, bijvoorbeeld), dan wordt gesproken van een consumptief krediet. De persoonlijke lening, het doorlopende krediet en ook de rekening courant zijn vormen van consumptief krediet. De tegenhanger is het hypothecair krediet, waarbij je geld leent om een huis of andere onroerende zaken te kunnen kopen.
- Creditcard
Betaalpas waarmee je op krediet aankopen kunt doen. De verkoper ontvangt het geld van de creditcardmaatschappij en je betaalt het bedrag later (eventueel in delen) terug.
- Debetrentevoet
De debetrentevoet is het rentepercentage dat op jaarbasis berekend wordt. De rentevoet kan vast of variabel zijn:
- Bij een vaste debetrentevoet blijft het rentepercentage gelijk gedurende de gehele looptijd of een gedeelte van de looptijd.
- Bij een variabele rentevoet kan het rentepercentage gedurende de looptijd hoger of lager worden. Het rentepercentage bij een variabele debetrentevoet is doorgaans afhankelijk van een bepaalde index of referentievoet.
- Dekkingspercentage
Een door de kredietgever vastgesteld percentage van de waarde van de in onderpand gegeven effecten-portefeuille (of van de daartoe behorende afzonderlijke financiële instrumenten) aan de hand waarvan de kredietgever het kredietlimiet bepaalt.
- Doorlopend krediet
Een doorlopend krediet, ook wel continu krediet genoemd, is een populaire leenvorm waarbij de lener de beschikking krijgt over een bepaald maximumbedrag. Hij mag zelf weten wanneer en hoeveel van dit geld hij opneemt en hij mag ook weer bedragen terugstorten. Bij een doorlopend krediet betaal je alleen rente over het bedrag dat je daadwerkelijk hebt opgenomen. Het rentepercentage is altijd variabel. Dat wil zeggen dat het met de geldmarkt meestijgt en -daalt. De verplichte maandelijkse termijn op een doorlopend krediet is meestal 2% van de kredietlimiet.
- Effectenbelening
Wie aandelen, obligaties of andere effecten bezit en geld nodig heeft, kan een zogenoemde effectenbelening afsluiten. Dit is een leenvorm waarbij de effecten als onderpand (zekerheid) dienen. Als de lener het geld niet kan terugbetalen, krijgt de geldschieter de effecten. Door die te verkopen kan hij toch zijn geld terugkrijgen.
- Effectenkrediet
Effectenkrediet is een krediet tegen onderpand van effecten. De effectenportefeuille wordt aan de bank in onderpand gegeven. Het bedrag dat kan worden opgenomen (de kredietlimiet) is afhankelijk van een afgesproken maximum en van de dekkingswaarde van de effecten.
- Effectieve rente
De effectieve rente werd gehanteerd als rentepercentage op jaarbasis, waarin alle kosten van een lening waren verrekend. Het belangrijkste addertje onder het gras was dat bij sommige kredieten het afsluiten van een bepaalde verzekering verplicht was. De kosten van dergelijke verzekeringen werden niet meegenomen bij het berekenen van de effectieve rente.
De effectieve rente is vanaf eind mei 2011 vervangen door het JKP (jaarlijks kostenpercentage). In het JKP zijn alle kosten van het krediet opgenomen, waardoor de aanbiedingen van kredietgevers beter vergelijkbaar zijn.
- Geldkrediet
Geldkrediet is een term die wordt gebruikt voor een lening waarbij het de klant in principe vrij staat om te doen wat hij wil met het geleende geld. De tegenhanger is het goederenkrediet.
- Geoorloofde debetstand op een rekening
Als je geldbedragen kunt opnemen die je beschikbare tegoed op de rekening te boven gaan. Het kan hierbij gaan om een betaalrekening bij een bank, maar ook om een rekening bij een thuiswinkel.
- Goederenkrediet
Een vorm van kredietverstrekking waarbij er een directe relatie is met het doel van de lening. Een voorbeeld is een lening die specifiek bedoeld is om de aankoop van een nieuwe auto mee te financieren. De hoogte, duur en vorm van de lening worden afgestemd op het aan te schaffen object.
- Hoofdelijk aansprakelijk
Als een leencontract door twee personen is ondertekend, dan zijn beide personen hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele schuld. Dat wil zeggen dat de kredietverstrekker, indien nodig, de gehele schuld op één van beiden kan verhalen.
- Huurkoop
In geval van huurkoop leent een financier je geld om een bepaald object te kopen, bijvoorbeeld een auto. Je betaalt vervolgens het aankoopbedrag in delen terug aan de financier. Pas na betaling van de laatste termijn ben je volledig eigenaar van het product. Kan of wil je op een gegeven moment niet meer terugbetalen, dan worden de reeds betaalde termijnen gezien als huurbetalingen. Het eigendomsrecht vervalt en je kunt het object weer terugbrengen naar de verkoper.
- Hypothecaire lening
Een leenvorm waarbij een huis of andere roerende zaken als onderpand (zekerheid) dienen. De hypothecaire lening wordt meestal hypotheek genoemd.
- Jaarlijks kostenpercentage (JKP)
Het jaarlijks kostenpercentage is het bedrag dat je boven op de aflossing van de schuld, als vergoeding betaalt aan de kredietverstrekker. Als de kredietverstrekker naast de rente- geen andere kosten berekent, is het jaarlijks kostenpercentage gelijk aan de debetrentevoet. Als er wel extra kosten worden berekend, is het jaarlijks kostenpercentage hoger. Deze kosten worden weergegeven in een percentage op jaarbasis van het totale kredietbedrag.
- Totale kosten van het krediet voor de consument
Alle kosten, met inbegrip van rente, commissielonen, belastingen, kosten in verband met nevendiensten die verplicht af te sluiten zijn bij het krediet en vergoedingen van welke aard ook, die de consument in verband met de kredietovereenkomst moet betalen en die de kredietaanbieder bekend zijn, met uitzondering van notariskosten.
- Kredietaanbieder
Financiële onderneming die geldleningen aanbiedt aan consumenten.
- Kredietaanbieding
Elke openbare uiting waarin een krediet wordt aangeboden. Een kredietaanbieding behoort te voldoen aan een aantal regels. Zo is het verplicht om melding te maken van het effectieve rentepercentage, het termijnbedrag en de looptijd. Ook moet worden aangegeven of de aanbieder een bemiddelaar is of dat hij zelf het geld verstrekt.
- Kredietgever
Diegene die geld uitleent aan een ander (de kredietnemer).
- Kredietklasse
Kredietgevers delen kredieten in verschillende klassen in, afhankelijk van de hoogte van het te lenen bedrag. Voor een hogere klasse (meer geld) geldt een lagere rente.
- Kredietlimiet
Het maximaal te lenen bedrag. Bij het bepalen van je maximale kredietlimiet kijkt een geldverstrekker onder meer naar je inkomen, je vaste lasten en je persoonlijke omstandigheden.
- Kredietnemer
Diegene die geld leent van een ander (de kredietgever).
- Kredietprospectus
Document met uitgebreide informatie over de lening.
- Kredietsom
- Kredietvergoeding
De rente en kosten die de kredietgever in rekening brengt.
- Lease
Als je least, betaal je periodiek een bedrag. In ruil daarvoor krijg je de beschikking over een bepaald object, bijvoorbeeld een auto. Er bestaan verschillende leasevormen. Bij een operational lease betaal je alleen voor het gebruiksrecht en wordt het object nooit je eigendom. Dit lijkt dus sterk op huren. Een financial lease houdt in dat je het object koopt en daar steeds een deel (plus rente) aan afbetaalt. Dit lijkt dus sterk op huurkoop.
- Looptijd
De periode waarin je de lening moet terugbetalen, meestal uitgedrukt in maanden. Bij een doorlopend krediet is er alleen sprake van een theoretische looptijd. Je kunt afgeloste bedragen namelijk altijd opnieuw opnemen.
- Maandlast
Het bedrag dat je maandelijks kwijt bent aan rente en aflossing samen.
- Maandrente
Het bedrag dat je maandelijks kwijt bent aan rente.
- Maximumtarief
Er bestaat een door de overheid vastgesteld maximumtarief dat geldschieters in rekening mogen brengen bij het verstrekken van een lening, het zogenoemde WCK-tarief. Minder in rekening brengen mag, en de meeste kredietverstrekkers doen dat ook.
- Medeaansprakelijkheid
Wie een financieringscontract mee ondertekent is medeaansprakelijk voor de terugbetaling van het gehele leenbedrag. Ook al was de lening niet voor jouzelf bedoeld, als je mee hebt getekend kan de geldverstrekker de totale openstaande schuld op jou verhalen als de betalingsverplichtingen niet worden nagekomen.
- Nominale rente
De rente die je op jaarbasis moet betalen.
- Overbruggingskrediet
Een lening die gebruikt wordt om een periode te overbruggen waarin je tijdelijk geld tekort hebt. Bijvoorbeeld wanneer je een nieuw huis wil kopen, maar het oude nog niet verkocht hebt. Zodra je het oude huis verkoopt, los je met de opbrengst daarvan het overbruggingskrediet af.
- Oversluiten
Het onderbrengen van een bestaande lening bij een andere geldgever of het opnieuw afsluiten van een bestaande lening bij dezelfde geldgever tegen een lagere rente. Vaak zijn aan het oversluiten van een lening (boete)kosten verbonden.
- Persoonlijke lening
Een simpele en populaire leenvorm waarbij de hoogte van het leenbedrag, de looptijd, de termijnbedragen en de hoogte van de rente vastliggen. Je krijgt het totale leenbedrag in één keer uitgekeerd en betaalt het bedrag (plus rente) via periodieke betalingen binnen een vooraf afgesproken periode terug. Extra aflossen is meestal alleen mogelijk tegen betaling van een boete.
- Rekening-courant krediet
De mogelijkheid om tot een bepaald bedrag (de limiet) 'rood' te staan op je betaalrekening
- Rente
De periodieke vergoeding die de geldverstrekker in rekening brengt voor het feit dat hij jou geld leent. De rente is een percentage van de kredietsom.
- Rentekrediet
Een vorm van een doorlopend krediet waarbij je gedurende een bepaalde periode niet hoeft af te lossen. In die periode hoef je dus alleen maar rente te betalen over het geleende bedrag. Dit is vooral een aantrekkelijke leenvorm als je nu hoge kosten hebt, maar (vrijwel) zeker weet dat je straks meer geld te besteden hebt.
- Richtlijn consumentenkrediet
In 2008 is de Europese Richtlijn voor consumentenkrediet (Consumer Credit Directive) ingevoerd. Deze Richtlijn heeft als doel om consumenten in Europa beter te beschermen en om tot een transparantere markt van consumptief krediet te komen.
- Spaarkrediet
Een leenvorm waarbij je gedurende de looptijd alleen rente betaalt en daarnaast maandelijks een bedrag in een spaarplan (spaarverzekering) stort. Aan het eind van de looptijd van het krediet betaal je de lening in één keer terug met het opgebouwde spaargeld. Deze leenvorm is vaak minder gunstig dan een persoonlijk krediet of een doorlopend krediet.
- Termijnbetaling
De periodieke betaling van de geldnemer aan de geldgever voor de aflossing van het krediet en de betaling van de kosten (rente).
- Het totaal te betalen bedrag
Het geleende bedrag plus alle kosten van de lening.
- Totaal kredietbedrag
Het bedrag dat aan krediet wordt verstrekt.
- Variabele rente
Een rente die niet vastligt, maar meestijgt of -daalt met de rentetarieven op de
geldmarkt. Een bekend voorbeeld van een leenvorm met variabele rente is het
doorlopend krediet.
- Vaste rente
Een rente die hetzelfde blijft gedurende de looptijd van de lening. Een bekend voorbeeld van een leenvorm met variabele rente is het persoonlijk krediet.
- Vertragingsvergoeding
Een extra bedrag dat in rekening wordt gebracht in geval van een betalingsachterstand. Normaal gesproken gaat het hier om een (rente)percentage van het openstaande bedrag.
- Vervroegde aflossing
Het eerder dan afgesproken betalen van een of meer termijnbetalingen. In sommige gevallen brengt de geldverstrekker hiervoor een boetebedrag in rekening.
- WCK
Afkorting voor de Wet Consumenten Krediet. Deze wet is voor een groot deel vervangen door de Wet financiële dienstverlening (Wfd) en per 1 januari 2007 voor een groot deel vervangen door de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ook zijn in de Wft nieuwe definities opgenomen over krediet. Op grond van artikel 35 Wck, wordt nog steeds de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding vastgelegd.
- Wft (Wet op het financieel toezicht)
De Wet op het financieel toezicht (Wft) is ingevoerd op 1 januari 2007. Deze wet regelt het toezicht op de financiële sector in Nederland. In deze wet zijn alle regels en voorschriften voor financiële markten en het toezicht daarop samengebracht.