Als je een hypotheek hebt, loop je verschillende betalingsrisico's. Zoals bijvoorbeeld een restschuld als je je huis verkoopt. Of (te) hoge woonlasten door een inkomensdaling.
Renterisico
De woonlasten kunnen stijgen door bijvoorbeeld een verhoging van het rentepercentage. Hoe korter de rentevaste periode van de hypotheek, hoe sneller eventuele renteverhogingen invloed hebben op de woonlasten. Kun je de maandelijkse lasten ook nog betalen als de rente stijgt?
Lasten kunnen stijgen
Ook kan het moeilijk worden je hypotheeklasten te betalen als je overige uitgaven stijgen door bijvoorbeeld ziekte, gezinsuitbreiding of overheidsmaatregelen. Hoe meer overige lasten je hebt, hoe moeilijker het kan worden je woonlasten te betalen.
Inkomensdaling
Het inkomen kan dalen. Bijvoorbeeld als gevolg van een bewuste keuze, zoals verlaging van het aantal gewerkte uren of bij verandering van baan. Of wanneer je kinderen krijgt.
Maar de inkomensdaling kan ook onverwacht en onvoorzien zijn, zoals bij ziekte, werkloosheid of scheiding. Scheiding en werkloosheid hebben de grootste gevolgen, omdat dit je besteedbaar inkomen tientallen procenten kan verlagen. Wanneer de werkloosheid toeneemt, zullen ongeveer 100.000 huishoudens met een koophuis in betalingsproblemen komen.
Restschuld
Verder loop je het risico een schuld over te houden als de opbrengst van de verkoop van je huis lager is dan je hypotheekschuld. Bij dalende huizenprijzen wordt de kans dat je huis minder waard is dan je hypotheek alleen maar groter. Als je door omstandigheden je huis moet (bijvoorbeeld werkloosheid) of wilt verkopen loop je de kans op een restschuld. De mogelijkheid van een restschuld kan het ook moeilijker maken om te verhuizen.
In 2008 hadden bijna 400.000 huishoudens een hypotheekschuld die groter is dan de woningwaarde. Dat zijn er vier keer zoveel als in 2002. Als de huizenprijzen met 20% zouden dalen dan verdubbelt het aantal huishoudens met meer hypotheekschuld dan hun huis waard is.
Bijna de helft van de nieuwe hypotheeksluiters neemt een hypotheek die hoger is dan de aankoopwaarde van het huis. In 2008 werd er gemiddeld 15% meer geleend dan het huis waard is. Bij eerdere (gedwongen) verkoop kan dan een restschuld overblijven, zeker als de woningprijzen niet stijgen.
Altijd restschuld bij aflossingsvrije hypotheek
Bij een aflossingsvrije hypotheek betaal je alleen rente en heb je altijd een schuld aan het eind van de looptijd. Minder dan de helft van de mensen met een aflossingsvrije hypotheek is zich hier van bewust, blijkt uit de AFM Consumentenmonitor van oktober 2008.
Ongeveer de helft van de hypotheken in Nederland is aflossingsvrij. En van de nieuw gesloten hypotheken is ruim 60% (gedeeltelijk) aflossingsvrij, blijkt uit de AFM Consumentenmonitor van april 2009. Starters, die voor het eerste een hypotheek sluiten, sluiten relatief vaker een hypotheek af waarin wel vermogen wordt opgebouwd. Iets meer dan een kwart van de starters heeft een aflossingsvrije hypotheek.
Daadwerkelijke betalingsproblemen
Een toenemend betalingsrisico hoeft niet meteen te leiden tot daadwerkelijke betalingsproblemen. Op uitgaven aan bijvoorbeeld vrije tijd, vakantie en uitgaan, kleding, kan veelal – tenminste tijdelijk – worden bezuinigd. Maar naarnate de woonlasten langer een groot deel van het budget blijven opslokken, neemt de kans toe dat een huishouden daadwerkelijk in betalingsproblemen komt.