De AFM controleert ondernemingen die beleggingsobjecten aanbieden of erover adviseren. Ook controleert de AFM ondernemingen die bemiddelen in beleggingsobjecten. De AFM houdt toezicht op de volgende manieren:
De AFM geeft vergunningen aan financiële dienstverleners
Als financiële dienstverleners beleggingsobjecten verkopen, daarin bemiddelen, of daarover adviseren moeten ze daarvoor een vergunning hebben. De AFM geeft die vergunning alleen als de financiële dienstverlener aan de eisen voldoet. De AFM kan de financiële dienstverlener bijvoorbeeld een boete geven als hij wel beleggingsobjecten verkoopt, maar geen vergunning heeft.
Soms hoeft een financiële dienstverlener geen vergunning te hebben. Hij heeft dan een vrijstelling. Als dat zo is, moet de financiële dienstverlener jou dat zeggen. Als een financiële dienstverlener geen vergunning nodig heeft, controleert de AFM deze dienstverlener niet. Het kan wel zijn dat een financiële dienstverlener verschillende beleggingsobjecten en of andere financiële producten verkoopt. Voor het ene financiële product moet hij misschien wel een vergunning hebben en voor het andere niet. De AFM controleert dan alleen de financiële producten waar de dienstverlener wel een vergunning voor heeft.
De AFM controleert de financiële dienstverlenersDat een financiële dienstverlener een vergunning heeft, garandeert niet dat hij zich ook aan de wet houdt. Ook nadat een vergunning is gegeven kan de AFM op bezoek gaan bij financiële dienstverleners om te controleren of ze zich aan de regels houden. De AFM kan maatregelen nemen als een financiële dienstverlener de wet overtreedt.
De AFM controleert of financiële dienstverleners goede informatie geven aan consumenten
Ze moeten bijvoorbeeld een Financiële Bijsluiter en een prospectus over de beleggingsobjecten hebben.