De AFM houdt op verschillende manieren toezicht op beleggingsondernemingen.
- Beleggingsondernemingen moeten een vergunning van de AFM hebben. Om een vergunning te krijgen, moeten ze aan bepaalde eisen voldoen. Als een onderneming werkt zonder vergunning, dan mag de AFM maatregelen tegen de onderneming nemen.
- De AFM controleert of ondernemingen werken zoals in de Wet op het financieel toezicht (WFT) staat.
- De AFM controleert of aanbieders de juiste informatie aan de consumenten geven. Ondernemingen die effecten uitgeven, de effectenuitgevende ondernemingen, moeten bijvoorbeeld een prospectus hebben. Ze moeten deze bij de AFM deponeren of door de AFM laten goedkeuren. Dit moeten ze doen voordat ze het prospectus aan de consument geven.
- Beleggingsonderneming kunnen onder bepaalde voorwaarden zijn vrijgesteld van de prospectusplicht of de vergunningsplicht. Zij zijn vanaf 1 januari 2012 verplicht om dit te vermelden in al hun uitingen. De AFM houdt vanaf die datum toezicht op het gebruik van de vrijstellingsvermelding. Consumenten kunnen overtredingen melden bij het Meldpunt Financiële Markten via info@afm.nl.
- Als een vrijgestelde onderneming gebruik maakt van oneerlijke handelspraktijken dan kan de AFM optreden op grond van de Wet oneerlijke handelspraktijken (Wet OHP).