Effecten zijn, kort gezegd, aandelen en obligaties en daarmee vergelijkbare waardebewijzen zoals participaties of deelnemingsbewijzen in bijvoorbeeld een commanditaire vennootschap (CV) of een vastgoedfonds.
Wat zijn de kenmerken?
Een kenmerk van aandelen is dat de houder mede-eigenaar wordt van de onderneming die de aandelen uitgeeft. Dit geldt ook voor aandelen met vergelijkbare waardebewijzen zoals participaties. Obligaties daarentegen zijn een vordering. Degene die een obligatie koopt, leent geld aan de onderneming die de obligaties uitgeeft. Voor het aanbieden van effecten en het noteren aan een effectenbeurs geldt de verplichting om een prospectus te laten goedkeuren. Beleggingsobjecten zijn geen effecten, lees hierover meer onder het kopje 'Beleggingsobjecten.'
Een onderneming biedt effecten aan om met de opbrengst zijn bedrijf te financieren. Die effecten kunnen ook genoteerd worden aan een effectenbeurs.
In beide gevallen is de onderneming verplicht om een prospectus op te stellen met informatie over de effecten en over de onderneming die de effecten aanbiedt/laat noteren. De AFM controleert of het prospectus alle belangrijke informatie bevat die een belegger nodig heeft om zich een goed oordeel te kunnen vormen over de effecten en de daaraan verbonden risico’s.
Niet alleen bedrijven kunnen effecten uitgeven. Ook de overheid geeft effecten uit. Bijvoorbeeld staatsobligaties.
Veel effecten staan genoteerd aan de beurs. Dat betekent dat je ze alleen op de effectenbeurs kunt verhandelen. Een beursgenoteerde onderneming is een onderneming waarvan de effecten bij de beurs genoteerd staan.